Hiermee komt een einde aan een zes
jaar durend conflict tussen recreatieondernemer en gemeente. In 1999 heeft de
recreatieondernemer bezwaar aangetekend bij de gemeente tegen de heffing
toeristenbelasting voor kinderen onder de zes jaar. In 2002 werd de
campingeigenaar door het gerechtshof in Den Haag in het gelijk gesteld. De
gemeente ging echter in cassatie, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) was
de gemachtigde. In 2003 heeft RECRON namens Camping den Osse een verweerschrift
ingediend bij de Hoge Raad.
Bij de vonniswijzing hebben het Hof en de Hoge Raad rekening gehouden met
artikel 2 van de Verordening toeristenbelasting van Schouwen-Duiveland. Daarin
staat het volgende:
“Belastbaar feit: Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de
gemeente in hotels, pensions, vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens,
niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen vergoeding
in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder
de naam “toeristenbelasting” een directe belasting geheven.”
Nu er geen sprake is van overnachten tegen een vergoeding is er ook geen sprake
van een belastbaar feit, aldus het Hof. De Hoge Raad is het daar mee eens en
stelt tevens dat de modelverordening van de VNG, waarop de gemeentelijke
verordening is gebaseerd, niet dwingt tot een ander oordeel.
Bron: RECRON, 4 maart 2005