Toeristische Agenda EZ focust te veel op grote steden
De
Vernieuwde Toeristische Agenda, die staatssecretaris Karien van Gennip van
Economische Zaken naar de Kamer heeft gestuurd, gaat voorbij aan de kansen in de
kleinere steden en op het platteland.
Dat schrijft de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) aan de Tweede Kamer.
Volgens de VNG wordt toerisme algemeen erkend als een belangrijke economische
drager van de plattelandsvernieuwing, maar in de plannen van Van Gennip komt die
notie nauwelijks terug. De relatie tussen deze nota en de beleidsnota's van de
minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is onduidelijk, evenals de
relatie met de portefeuille van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap. 'Musea, theater en kunst zijn belangrijke bezoekersbestemmingen',
aldus de VNG. Zij pleit voor een meer integrale benadering waarin de
verschillende ministeries actief samenwerken aan de verbetering van het
toeristisch product en de relatie tussen de verschillende activiteiten beter
zichtbaar wordt.
In de Vernieuwde Toeristische Agenda (VTA) geeft Van Gennip aan zich te willen concentreren op een aantal speerpunten en scherper te kiezen voor het inkomend toerisme. Die speerpunten zijn de stedelijk-culturele omgeving, de kust, grootschalige evenementen en het zakelijk reisverkeer. De VNG: 'De nadruk op Amsterdam en de kust is goed en begrijpelijk wanneer wordt gekeken naar de trekkracht van Nederland in het buitenland. Deze nadruk is echter eenzijdig wanneer wordt gekeken naar de besteding van de binnenlandse vakantie-euro. Met de vergrijzing en de wijzigende vrijetijdscultuur (meer short stays) liggen er veel kansen voor de binnenlandse markt.'
De VNG verwijt Van Gennip een selectieve keuze waar het gaat om evenementen. Gezien de voorbeelden die de staatssecretaris in de VTA noemt (Floriade, EK voetbal, de Vermeertentoonstelling), lijken volgens de VNG alleen evenementen die buitenlandse bezoekers naar de grote steden trekken op aandacht te kunnen rekenen. 'Hiermee wordt voorbijgegaan aan het belang van evenementen voor kleine gemeenten.' Als voorbeelden van dit laatste noemt de VNG de betekenis van het Van Gogh-jaar voor de gemeente Nuenen en die van het VOC-jaar voor Hoorn. Het feit dat de staatssecretaris in het grotestedenbeleid een prominente plaats wil inruilen voor het toeristisch beleid juicht de VNG toe. 'Helaas gaat dit niet gepaard met extra middelen. Het risico bestaat dat hierdoor hogere eisen worden gesteld aan minder geld. Dit betekent nog minder beleidsvrijheid voor gemeenten.'
Bron: VNG Magazine nr. 42, 17 oktober 2003