Overtredingen van bestemmingsplanvoorschriften en daarmee samenhangende overtredingen zullen worden ongebracht in de Wet op de Economische Delicten (WED). Gemeenten krijgen hiermee een instrument in handen waarmee krachtiger kan worden opgetreden tegen permanente bewoning.
De Tweede Kamer heeft het voorstel van de ministers Dekker (VROM) en Donner (Justitie) op 3 februari met algemene stem aangenomen. Het CDA verbond er nog een evaluatiebepaling aan om de doeltreffendheid van de wet vast te stellen en zonodig verder in te grijpen. Directe aanleiding voor de nieuwe aanpak was een motie van de Tweede Kamer uit 2001, waarin de regering werd gevraagd de permanente bewoning van recreatieverblijven strafrechtelijk aan te pakken. Recron is verheugd over het feit dat straks het strafrecht kan worden ingezet bij de uitvoering van het handhavingsbeleid. Adjunct-directeur Derk-Jan Verstand: "Met deze wet in de hand kunnen hogere boetes worden opgelegd. Daarnaast gaat er een afschrikkende werking van uit. De toestroom van permanente bewoning zal ophouden, zo verwacht ik. Je kunt mens vrij snel van hun stuk brengen."
Preventieve werking
Toch blijft de aanpak lastig. Permanente bewoners schrijven zich in bij familie en blijven in hun recreatiewoning. Verstand: "Dat zal zeker gebeuren, ja. Maar feit is dat het net strakker wordt en er een preventieve werking van uitgaat." Uiteindelijk zal de permanente bewoning een halt worden toegeroepen, denkt Verstand. "Met deze nieuwe mogelijkheid ontstaat een mooie combinatie van de aanpak van zowel nieuwe als bestaande gevallen. De bestaande situatie wordt namelijk afgebouwd", zegt hij, verwijzend naar de brief van 10 oktober 2003 van minister Dekker. Daarin zegt de bewindsvrouw dat gemeenten en provincies tot 31 december 2004 de tijd krijgen om te beslissen of ze het huidige verbod handhaven of bewoning zullen toestaan. Als peildatum noemt zij 31 oktober 2003. "Eindelijk duidelijkheid", prijst Verstand minister Dekker. "Haar voorganger Remkes deed niets aan het probleem. Dekker heeft meer oog voor het buitengebied en de economie daarin. Hopelijk komt er een einde aan de verstening van het buitengebied en meer ruimte voor recreatieondernemers."
Gemeente moet handhaven
Of er straks handhavend zal worden opgetreden door gemeenten moet echter worden afgewacht. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft al laten weten dat het nieuwe instrument tegen de permanente bewoning welkom is, maar dat gemeenteraden ieder voor zich het belang en de financiering voor de uitvoering ervan zullen bepalen. Een belangrijk gegeven, want juist gemeenten staan aan de basis van de strijd tegen de permanente bewoning. "De gemeente moet inderdaad beginnen met handhaven", erkent Verstand. "Zij hebben de boel de boel gelaten. Maar samenwerking met ondernemers is ook van belang. Neem bijvoorbeeld de strategie van een vooruitstrevende gemeente als Apeldoorn, die met ondernemers een convenant heeft gesloten. Een gemeente is op grond van de Wet op de Basisadministratie verplicht nieuwe bewoners in te schrijven - ook al is dat op een camping. In Apeldoorn is nu het beleid dat een dergelijke nieuwe bewoner na inschrijving meteen een brief krijgt, waarin staat dij op basis van het bestemmingsplan niet op dat adres mag wonen. De recreatieondernemer heeft zich namelijk ook aan zijn contract te houden: de Recon-voorwaarden zeggen dat je iemand niet permanent op je terrein mag laten wonen. Zo spreek je als gemeente en ondernemers een stelsel af met elkaar. Maar de gemeente moet beginnen met handhaven. Anders werkt zoiets niet." Is permanente bewoning nu eigenlijk wel een probleem? Het komt toch het meest op zogeheten 'tweede huisparken' voor? Verstand: "Dat is waar. Maar vergeet niet dat het voor projectontwikkelaars veel minder interessant wordt om campings op te kopen, met als doel er huisjes en chalets op te zetten en uit te ponden. De verstening zal afnemen." En ook al komt permanente bewoning relatief weinig voor op campings, het probleem is er wel degelijk en heeft een slechte invloed op toeristische gasten. "Permanente bewoners vertonen een ander gedrag en hebben andere behoeften. Ze gaan op zaterdag de auto wassen en beschouwen de camping meer en meer als hun eigen terrein. Recreatieondernemers komen tot de ontdekking dat het geen recreanten, maar bewoners zijn."Recron-leden die kampen met permanente bewoning kunnen overigen de hulp inroepen van de Recron-regiomanagers.
Brief Recron
Zoals Verstand aangaf stemt Recron in grote lijnen in met het beleid van minister Dekker betreffende de permanente bewoning. Toch heeft Recron de minister in een brief op een aantal punten gewezen. Zo is er in de meeste gemeenten geen inventarisatie van onrechtmatige bewoning op de peildatum, 31 oktober 2003. "Daarmee is onduidelijk wat de omvang is van het probleem van de gemeente. En hoe krijgen de gemeenten dit inzicht wel?", staat in de brief te lezen. Op het voorstel van de minister om als gemeente persoonsgebonden beschikkingen te nemen, zodat bewoners onder bepaalde eisen in de recreatiewoning kunnen blijven wonen, schrijft Recron: "Wij gaan ervan uit dat op bestaande exploitatieterreinen nooit zonder overleg met de ondernemer tot persoonsgebonden beschikkingen kan worden gekomen. Dit omdat het bedrijfsbeleid om het permanent wonen in recreatiewoonverblijven te beëindigen hiermee gefrustreerd kan worden." Tot slot wil Recron betrokken worden bij voorlichtingsacties over de (on)mogelijkheden van recreatiebestemmingen. Deze voorlichtingen worden op verzoek van de minister gegeven door makelaars, projectontwikkelaars en notarissen. Ook wil Recron betrokken blijven bij de nadere uitwerking en uitvoering van de contouren van het beleid van minister Dekker.
Bron: Recreactie, april 2004