Minister Dekker: Verruiming beleid recreatiewoningen

Gemeenten en provincies krijgen meer ruimte om recreatiecomplexen in bepaalde gebieden een woonbestemming te geven. Met dit voorstel wil minister Dekker van VROM een oplossing bieden voor de problematiek rond permanente bewoning van recreatiewoningen. Om probleemsituaties in de toekomst te voorkomen wordt ingezet op een actief handhavingsbeleid. Dit schrijft de minister, mede namens minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, in een brief aan de Tweede Kamer.

Voor een bestemmingswijziging van recreatie naar wonen komen recreatiecomplexen in aanmerking die:

Persoonsgebonden beschikking
Mocht een bestemmingswijziging niet kunnen of een gemeente daartoe niet bereid zijn, dan bestaat de mogelijkheid om voor bestaande situaties persoonsgebonden beschikkingen af te geven. Deze beschikking geldt voor de desbetreffende recreatiewoning, is niet overdraagbaar en vervalt op het moment dat de bewoner verhuist of overlijdt.
De peildatum die een gemeente hanteert, bepaalt wie in aanmerking komt voor een beschikking, bijvoorbeeld de dag waarop actief is begonnen met handhaven. Gemeenten die niet actief handhaven moeten een peildatum vaststellen. De uiterste peildatum is vastgesteld op 31 oktober 2003. Alle gevallen van permanente bewoning die na deze datum ontstaan, komen niet in aanmerking voor een persoonsgebonden beschikking.

Naast het wijzigen van de bestemming of het afgeven van persoonsgebonden beschikkingen, kunnen gemeenten er ook voor kiezen om het verbod op het permanent bewonen van een recreatiewoning te handhaven.
De minister verwacht dat gemeenten en provincies zo snel mogelijk – uiterlijk 31 december 2004 - en naar eigen inzicht invulling geven aan het beleid. Hebben bewoners na 31 december 2004 nog geen duidelijkheid, dan zal de minister daarover beslissen en zo nodig aanvullende maatregelen treffen in het kader van de Wet op de ruimtelijke ordening dan wel de handhaving.

Voorkómen onrechtmatige bewoning
In de toekomst wordt ingezet op een actief handhavingsbeleid. Als hoofdregel geldt dat de gemeente de bouw van een recreatiewoning mag toestaan op een locatie waar ook een reguliere woning kan staan. Daarmee wil de minister het ruimtelijk beleidskader gelijk trekken voor recreatiewoningen/recreatiecomplexen en reguliere woningen. De bouwwerken moeten wel voldoen aan het Bouwbesluit en wet- en regelgeving op milieugebied.
Kiest een gemeente voor de bestemming recreatie, dan vraagt dat een actief handhavingsbeleid. Niet in aanmerking voor een woonbestemming komen recreatiecomplexen die zijn gelegen in de Ecologische Hoofdstructuur, in gebieden die vallen onder de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Natuurbeschermingswet, in Bufferzones en de in de Nota Ruimte nader te bepalen (delen van) Nationale Landschappen.
Provincies en gemeenten kunnen op basis van de brief nu al beginnen met het beleid.

Bron: Ministerie VROM, 11 november 2003