Provincies vrezen aantasting recreatie
 

Legalisering van permanent bewoonde vakantiehuizen stuit in de meeste provincies op tegenstand. De vrees bestaat dat er te weinig ruimte overblijft voor de toerist.

Scepsis over legalisering permanente bewoners

'Gemeenten moeten handhavend blijven optreden bij recreatieverblijven in kwetsbare gebieden', aldus gedeputeerde Theo Peters. 'Negentig procent van de recreatieverblijven in Gelderland stáát in kwetsbare gebieden. Een groot deel van de handhavingsplicht van gemeenten blijft dus bestaan. Maar voor de handhaving komt de minister niet met nieuwe instrumenten.' Dekker suggereert als oplossing voor de handhavig aanpassing van het bestemmingsplan. Peters: 'In de praktijk betekent dat dus legalisering.' Dat wil de provincie niet.

Noord-Holland is er blij mee dat Dekker het probleem neerlegt waar het hoort. 'Het speelt tenslotte op lokaal niveau', aldus een woordvoerder. 'Dat moet je niet vanuit Den Haag willen regelen.' De Noord-Hollandse gemeenten moeten zich echter niet al te blij maken met de ruimte die Dekker biedt. 'Het streekplan gaat voor het bestemmingsplan', benadrukt de provinciale woordvoerder.

In Drenthe blijft de deur dicht voor gemeenten die permanente bewoners van vakantiewoningen willen legaliseren, zegt gedeputeerde Haarsma. Zij vindt de aantasting van de recreatiecapaciteit onaanvaardbaar. Op die lijn zit ook buurprovincie Overijssel, blijkt uit de reactie van gedeputeerde Jansen. 'Het recreatieve product is heel belangrijk hier', zegt ook de provincie Zeeland. Beleidsmedewerker Henk Nijsse denkt dat het probleem gaat toenemen omdat veel recreatiewoningen de laatste jaren verkocht zijn aan individuele eigenaren. 'Dat gebeurt met het idee: op termijn kunnen we er mooi zelf in gaan wonen', aldus Nijsse. 'Maar ik denk niet dat we zomaar tot legalisering over zullen gaan. De opzet van de parken moet al steeds ruimer worden. Als er dan ook nog eens permanent in gewoond wordt, is er te weinig capaciteit om toeristen op te vangen.'

Kwaliteitsgaranties

Nijsse wijst er net als Noord-Holland op dat de provincie moet instemmen met gemeentelijke bestemmingsplanwijzigingen. Maar volgens geruchten zou in de nieuwe nota Ruimte die bepaling vervallen. Dat sluit goed aan bij de tendens die in Limburg is ingezet, aldus een provincie-woordvoerder daar. 'We gaan hier meer uit van vertrouwen dan van regelingen.' Limburg hecht grote waarde aan 'kennis op lokaal niveau'. Daarbij zullen door de provincie wel bepaalde kwaliteitsgaranties gevraagd worden, bijvoorbeeld wat de bereikbaarheid betreft. 'Het kan heel goed dat je toch nog gebieden aanwijst waar het niet mag', aldus de woordvoerder. 'Maar de minister geeft ons wel de kans een betere aansluiting te maken op de plaatselijke situatie.'

Ook Utrecht roemt de 'realistische opstelling' van de minister, en wacht nu de wensen van de gemeenten af. 'Die horen het voortouw te nemen', aldus gedeputeerde Streng. Utrecht zal aansluiting zoeken bij Gelderland als het gaat om de toetsingscriteria voor permanent wonen in recreatiewoningen, zegt Streng. 'Ik denk dat we er als provincies naar moeten streven geen ongelijksoortige behandeling te creëren.' Streng wil echter de behandeling van de nota Ruimte in de Tweede Kamer afwachten voor de provincie concrete stappen zet.

Hoofdpunten uit de brief van minister Dekker

Naast de verandering van het bestemmingsplan wil minister Dekker provincies en gemeenten ook de ruimte laten om individuele schrijnende gevallen een persoonsgebonden ontheffing te geven. Een derde optie is het verbod op permanente bewoning handhaven.

* Een bestemmingswijziging van recreatie naar wonen kan alleen als een complex op 31 oktober 2003 in grote mate onrechtmatig wordt bewoond en niet bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd.

* Het complex mag niet binnen de Ecologische Hoofdstructuur liggen of in gebieden die vallen onder de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Natuurbeschermingswet, in Bufferzones of in Nationale Landschappen (de grenzen hiervan worden bepaald in de nog te verschijnen Nota Ruimte)

* De woningen moeten voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit, bewoning mag niet strijden met de milieuwetgeving

* De dag waarop een gemeente actief begonnen is met handhaven van het verbod, geldt als einddatum voor de mogelijkheid een individueel schrijnend geval te legaliseren. Voor gemeenten die niet handhaven, geldt dat slechts diegenen die vóór 31 oktober 2003 permanent in een recreatiewoning trokken, recht hebben op een persoonlijke beschikking.

* Als de bewoners voor 31 december 2004 geen duidelijkheid hebben, beslist de minister over hen.
 

Bron: Binnenlandsbestuur.nl, 14 november 2003