SAMENVATTING RAPPORT ONDERBOUWING FORFAIT GEMEENTE GOEDEREEDE
SAMENVATTING RAPPORT
ONDERBOUWING FORFAIT GEMEENTE GOEDEREEDE
1. DE OPDRACHT
Het SVHW te Klaaswaal heeft LEGITIEM BV verzocht een onderzoek te verrichten
naar een toepasbaar forfait voor de toeristenbelasting in de gemeente
Goedereede.
DOEL ONDERZOEK
Door middel van statistisch onderzoek het gemiddeld aantal personen per
kampeermiddelen het gemiddeld aantal overnachtingen per persoon in deze
kampeermiddelen, op vaste jaar-, vaste seizoen-, seizoenplaatsen,
vaststellen.
De resultaten van het onderzoek dienen statistisch en juridisch te worden
onderbouwd. De nieuwe forfaitaire heffingsgrondslag wordt opgenomen in de
verordening toeristenbelasting 2008.
Daarnaast wordt tijdens de inventarisatie informatie ingewonnen met
betrekking tot door de campinghouders aangeboden verblijfsarrangementen. Dit
met als doel in de verordening toeristenbelasting 2007 een aantal forfaits
op te nemen voor wat betreft het aantal gastnachten per arrangement.
UITVOERING ONDERZOEK
Het onderzoek is uitgevoerd gedurende het 2e en 3e kwartaal van 2007. De
onderbouwing van de nieuwe forfaitaire heffingsgrondslag dient zo spoedig
mogelijk ter goedkeuring aan het college van gemeente Goedereede te worden
gepresenteerd.
2. DE STEEKPROEF
De representativiteit van de steekproef wordt bepaald door de omvang en de
mate van willekeurigheid ervan.
OMVANG STEEKPROEF
De grootte van de steekproef binnen elke klasse wordt bepaald door de
minimale eisen gesteld aan de uitkomst van het onderzoek:
NAUWKEURIGHEIDSMARGE
Een nauwkeurigheidsmarge van 25%. Dat willen zeggen dat het resultaat van de
steekproef maximaal 25% mag afwijken naar boven of naar beneden van de
werkelijkheid. Deze marge is ingegeven door de uitspraak van de Hoge Raad
die stelt dat de forfaitaire heffingsgrondslag niet meer dan 25% mag
afwijken van de lokale werkelijkheid.
ZEKERHEIDSGRENS
De zekerheidsgrens van het onderzoek bedraagt minimaal 95,4%. Dat wil zeggen
dat een ander onderzoek onder dezelfde omstandigheden met een minimale
zekerheid van 95,4% tot dezelfde uitkomsten zou hebben geleid.
Rekeninghoudend met de voornoemde eisen is per klasse minimaal 21% in de
steekproeven opgenomen.
Willekeurigheid van de steekproef
Op basis van de inventarisatie van 39 verblijfaccommodaties waar sprake is
van verblijf op vaste -, en seizoenplaatsen, zijn de gegevens over het
verblijf van 676 standplaatshouders in het onderzoek betrokken. De keuze van
deze 676 standplaatshouders is zonder voorkeur tot stand gekomen.
Het onderzoek is anoniem uitgevoerd. Na ontvangst van het enquêteformulier
en verwerking van de resultaten is de relatie tussen de betreffende
accommodatie en de gast niet langer zichtbaar.
Het totaal aantal vaste jaar -, vaste seizoen -, en seizoenplaatshouders,
door niet-ingezetenen van de gemeente Goedereede bedroeg in 2007, 2.534.
De bezetting in 2007 door niet-ingezetenen op vaste jaar -, vaste seizoen -,
en seizoenplaatsen bedroeg 2.534 kampeermiddelen.
In het onderzoek betrokken 676 standplaatshouders bedraagt ; 27% van de te
onderzoeken massa.
3. RESULTATEN
Na verwerking van alle resultaten zijn de gevonden gemiddelden als volgt in
het voorstel naar de gemeente Goedereede opgenomen:
LEGITIEM STELT DE GEMEENTE GOEDEREEDE VOOR:
De gevonden resultaten in de verordening toeristenbelasting 2008 op te nemen
in artikel 6 ‘ Berekeningswijze van de forfaitaire heffingsmaatstaf’, zodat
het artikel als volgt weergeeft:
1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste
jaarplaatsen of op vaste seizoenplaatsen, bepaald op 2,4;
b. mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen, bepaald op 2,5
c. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste
standplaatsen, vaste
seizoenplaatsen of op seizoenplaatsen, bepaald op:
1o 2,6, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;
2o 2,6, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;
3o 2,4, indien sprake is van een naseizoenarrangement;
4o 2,1, indien sprake is van een maandarrangement.
2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is
overnacht, wordt:
a. in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op 65;
b. in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op: 50;
c. in geval van het eerste lid, sub c, bepaald op:
1o 29, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;
2o 39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;
3o 15, indien sprake is van een naseizoenarrangement;
4o 13, indien sprake is van een maandarrangement.